De Natuur
1. Inleiding
Het voornemen is om een 27-holes golfbaan op de locatie Kerkehout aan de Landscheidingweg in de gemeente Wassenaar te ontwikkelen. Naast een golfbaan zijn er ook plannen voor woningbouw en het opschuiven van de sportvelden, verbetering van de verkeersontsluiting van de wijk Kerkehout en de aanleg van fiets- en voetpaden. Ten behoeve van de waterberging zullen mogelijk enkele percelen worden afgegraven. De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. De gebiedsbescherming is geregeld via de Natuurbeschermingswet en het Streekplan. De soortbescherming is geregeld door middel van de Flora- en faunawet. Naast voornoemde wetgevingen is in de provincie Zuid-Holland het compensatiebeginsel van toepassing: als er handelingen plaatsvinden die schadelijk zijn voor gebieden met hoge natuurwaarden of voor soorten welke zijn vermeld op de Rode lijst moet er gecompenseerd worden. De Natuurwetgeving in Nederland verlangt dat de initiatiefnemer vooraf aan een ruimtelijke ontwikkeling vaststelt of er eventuele schadelijke effecten op voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving optreden. In dit kader is aan Grontmij opdracht verleend om een quick scan natuur uit te voeren. Daarnaast wordt gestreefd om natuurwaarden zo goed mogelijk in het ontwerp van de golfbaan op te nemen. Ook dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van beschermd natuurgebied in het huidige plangebied. Aanbevelingen en randvoorwaarden die uit deze quick scan natuur naar voren zullen komen worden opgenomen in het advies. De quick scan natuur bestaat uit een bureaustudie en een veldbezoek. Op basis van de beschikbare gegevens en het veldbezoek zijn de aanwezige natuurwaarden in beeld gebracht. Tevens wordt vastgesteld of de beschikbare informatie voldoende is of dat aanvullende en gerichte veldinventarisaties noodzakelijk zijn. Tevens worden randvoorwaarden uitgelicht voorkomende uit het feit dat het plangebied beschermd natuurgebied omvat.
2. Wetgeving
2.1 Inleiding
De natuurbeschermingswetgeving in Nederland valt uiteen in gebiedsbescherming en in soortenbescherming. Gebiedsbeschermende wetgeving voorziet in bescherming van aangewezen natuurgebieden en wordt geregeld in de nieuwe gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998. Soortenbescherming is vastgelegd in de Flora- en faunawet. Deze wet ziet toe op bescherming van soorten planten en dieren zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. Daarnaast zijn er ook beleidsmatig beschermde gebieden en soorten vanuit het provinciaal beleid in de vorm van de EHS en Rode lijstsoorten.
2.2 Natuurbeschermingswet
De Natuurbeschermingswet 1998, die per 1 oktober 2005 in werking is getreden, regelt onder andere de bescherming van de Speciale Beschermingszones (SBZ) op grond van de Habitat- en Vogelrichtlijn, vanaf het moment dat de gebieden zijn aangewezen door Europese Gemeenschap. De Natuurbeschermingswet 1998 regelt ook de bescherming van de zogenaamde Beschermde Natuurmonumenten en gebieden die de minister van LNV aanwijst ter uitvoering van internationale verplichting, zoals wetlands op basis van het verdrag van RAMSAR. De natuurlijke kwaliteiten van een aantal robuuste systemen in Nederland worden momenteel door de EU-lidstaten vastgelegd in een Europees ecologisch netwerk (Natura 2000). Gebieden die in het kader van Natuurbeschermingswet zijn of worden aangewezen als Speciale Beschermingszone (SBZ) in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn, vallen hieronder. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de instandhoudingdoelstellingen van de Habitat- en Vogelrichtlijn centraal. De Vogelrichtlijngebieden zijn al vastgesteld. De Habitat richtlijngebieden zijn aangemeld. Vaststelling van de meeste gebieden werd eind 2009 voorzien. Tot die tijd geldt de directe werking van de Habitatrichtlijn. Uit jurisprudentie is gebleken dat echter ook al rekening moet worden gehouden met een voorgenomen aanwijzing. De Vogel- en Habitat richtlijngebieden zullen worden samengevoegd tot 'Natura2000 gebieden'. Voor deze gebieden zijn instandhoudingdoelen opgesteld en momenteel vindt aanwijzing van de Natura2000 gebieden in tranches plaats. Toetsing van de effecten dient plaats te vinden aan de instandhoudingdoelen. Projecten of handelingen die negatieve effecten op deze beschermde gebieden kunnen hebben, zijn in principe verboden ('nee-tenzij'). Ook activiteiten buiten de beschermde gebieden kunnen verboden zijn, indien deze negatieve effecten veroorzaken op de kwalificerende natuurwaarden van het gebied (externe werking). Het toetsingskader van de Natuurbeschermingswet 1998 kent de volgende procedurevarianten: 'Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht. Er is een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoring- of verslechteringtoets (art 19f). Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via een passende beoordeling (art. 19d)'.
2.2 Flora- en faunawet
Sinds 1 april 2002 is de Flora- en faunawet van kracht, deze is gericht op de duurzame instandhouding van soorten. De Flora- en faunawet vervangt onder andere de Vogelwet, de Jachtwet en de soortbescherming uit de Natuurbeschermingswet. In deze nieuwe wet zijn (nagenoeg) alle van nature in het wild voorkomende amfibieën, zoogdieren en vogels beschermd. Daarnaast is een beperkt aantal plantensoorten en ongewervelde beschermd. Voor soorten die vallen onder de bescherming van de wet gelden de volgende verbodsbepalingen met betrekking tot werkzaamheden in het buitengebied:Artikel 8: Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen.
Artikel 9: Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.
Artikel 10: Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.
Artikel 11: Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.
Artikel 12: Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen.
Artikel 13: Het is niet toegestaan beschermde soorten planten en dieren te vervoeren, of onder zich te hebben.
2.3 Vrijstelling en ontheffing
Conform artikel 75 is het mogelijk om in bepaalde gevallen ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikelen 8 tot en met 12. Sinds het vrijstellingsbesluit van 23 februari 2005 kent de Flora- en faunawet drie beschermingsniveaus, veelal aangeduid met tabel 1, tabel 2 en tabel 3.tabel 1 Algemene soorten
Wat betreft ruimtelijke ontwikkelingen, onderhoud en beheer geldt een vrijstelling. Er hoeft voor deze activiteiten geen ontheffing aangevraagd te worden.
tabel 2 Overige soorten
Wat betreft ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling, mits wordt gewerkt volgens een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Is er geen gedragscode dan moet ontheffing aangevraagd worden, deze valt onder de lichte toets (geen aantasting van de duurzame instandhouding van de soort).
tabel 3 Soorten, genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en in bijlage 1 van de AMVB.
Deze soorten genieten de zwaarste bescherming. Voor ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt ten aanzien van deze soorten dat er altijd een ontheffing moet worden aangevraagd waarvoor een uitgebreide toets geldt. De ontheffingsaanvraag valt onder de zware toets: 1) er is sprake van een bij de wet genoemd belang, 2) er is geen alternatief, 3) doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Voor beheer en onderhoud is wel vrijstelling mogelijk indien gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode.
Vogels vormen een aparte categorie. Vogels zijn vooral kwetsbaar in hun broedperiode. Voor het verstoren van nesten wordt in de broedperiode vrijwel nooit een ontheffing verleend. Buiten de broedperiode betreft bescherming van vogels de vaste verblijfplaatsen van standvogels als uilen en spechten. Die zijn jaarrond beschermd. Een ontheffingsaanvraag voor het aantasten van deze verblijfplaatsen zal getoetst worden aan de zware toets (als bij tabel 3). Daarnaast geldt voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving de zogenoemde 'zorgplicht' (artikel 2 van de Flora- en faunawet). De zorgplicht houdt in dat iedereen die weet of vermoedt dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen veroorzaakt voor flora- of faunasoorten, verplicht is dergelijk handelen zoveel mogelijk achterwege te laten dan wel die gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
2.4 Natuurbeleid
De Nota Ruimte vervangt het Structuurschema Groene Ruimte (SGR) en geeft het beleidskader voor de duurzame ontwikkeling en een verantwoord toekomstig grondgebruik in het landelijke gebied. Dit krijgt onder andere de vorm van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Randstad groenstructuur en het Groene Hart. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. De EHS is op provinciaal niveau uitgewerkt. De wettelijke bescherming (WRO) van de EHS is geregeld via het bestemmingsplan.
2.4.1 Het 'nee, tenzij-principe'
De afweging voor individuele ingrepen in de EHS gaat volgens het 'nee, tenzij principe'. Dat wil zeggen dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. In onderstaand schema is dit stapsgewijs weergegeven (Figuur 1). Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een EHS gebied dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies in kwaliteit en oppervlak dient te worden gecompenseerd (compensatiebeginsel). Daarvoor dient een compensatieplan te worden opgesteld.
2.4.2 Herbegrenzen EHS
Wanneer de ingreep niet van zwaarwegend maatschappelijk belang is en/of wel een alternatieve locatie is te vinden, is de activiteit in principe niet toegestaan. Echter hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een grote of kleinschalige ingreep. Wanneer het gaat om een grootschalige ingreep is het plan in huidige vorm niet aanvaardbaar. Gaat het echter om een kleinschalige individuele ingreep, dan biedt de Nota Ruimte de mogelijkheid tot herbegrenzen van de EHS. Herbegrenzen van de EHS kan in twee situaties plaatsvinden:Herbegrenzen om ecologische redenen.
Herbegrenzen om andere dan ecologische redenen.
Herbegrenzen om ecologische redenen is een bevoegdheid van de provincie en dient te gebeuren met behoud van de oorspronkelijke ambitie van de EHS. Hieraan ligt geen ruimtelijke ingreep ten grondslag.
Herbegrenzen om een andere dan ecologische redenen is van toepassing wanneer provincies met behoud van de oorspronkelijke kwantitatieve en kwalitatieve ambitie de begrenzing van de EHS om andere dan ecologische redenen wensen aan te passen om een (kleinschalige) ruimtelijke ingreep mogelijk te maken. Hiervoor gelden strikte voorwaarden, zo moet de herbegrenzing leiden tot een versterking van de EHS in het betreffende gebied.
Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan dan is het plan niet aanvaardbaar in die vorm.
2.4.3 EHS - saldobenadering
Daarnaast biedt de Nota Ruimte de zogenaamde EHS - saldobenadering. Deze is alleen van toepassing wanneer het een combinatie van plannen, projecten of handelingen betreft en is alleen toegestaan wanneer de plannen, projecten of handelingen samenhangen in een ruimtelijke visie, en de kwaliteit en/of kwantiteit van de EHS op gebiedsniveau per saldo verbetert (zie 2.4.3). In die gevallen hoeft het 'nee, tenzij'-afwegingskader niet doorlopen te worden en is er ook geen sprake van compensatie. Er dient dat wel aan een aantal voorwaarden voor het toepassen van de saldobenadering te worden voldaan. Projecten en/of handelingen worden bij de EHS - saldobenadering niet afzonderlijk maar in combinatie beoordeeld. De projecten en/of handelingen moeten dan wel mede tot doel hebben de kwaliteit en/of kwantiteit van de EHS op gebiedsniveau per saldo te verbeteren. Kwaliteit en kwantiteit moeten beide minimaal gelijk blijven en zijn dus niet onderling te salderen. De toepassing van de saldobenadering leidt derhalve tot een kwaliteitswinst voor meerdere belanghebbenden en meerdere functies waaronder natuur. Belangrijke voorwaarde is dat dit maatwerk dient te worden vastgelegd in een gebiedsvisie.
2.4.4 EHS op provinciaal niveau
De EHS is op provinciaal niveau uitgewerkt tot de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS) met kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Deze verbindingszones zijn vastgelegd in het rapport Ecologische verbindingszones in Zuid-Holland (vastgesteld in 1997). Aantasting van PEHS-gebieden is compensatieplichtig. Voor de provincie Zuid-Holland geldt tevens dat aantasting van leefgebieden of groeiplaatsen van Rode lijstsoorten gecompenseerd moet worden. Het compensatiebeginsel is verder uitgewerkt in de Evaluatienota compensatiebeleid natuur en landschap in Zuid-Holland tot onderstaand stappenplan (provincie Zuid-Holland, 1999): Voorkomen van schade door schadelijke activiteiten niet uit te voeren in gebieden met moeilijk of niet vervangbare natuur- en landschapswaarden. Verminderen van schade door tijdig varianten te ontwikkelen die minder schadelijk zijn voor natuur- en landschapswaarden. Beperken van de schade op natuur- en landschapswaarden bij de gekozen variant door mitigerende maatregelen te nemen. Compenseren van resterend verlies aan natuur- en landschapswaarden door een natuur- en landschap compensatieproject te ontwikkelen. Hetzelfde doeltype met dezelfde omvang moet gecompenseerd worden. Rangorde van de locatiemogelijkheden voor compensatie:- In de directe omgeving, maar buiten de negatieve invloedssfeer van het project.
- In de regio waar schade ontstaat (eventueel aanhaken op '+ opties' uit regionale natuur- en landschapsplannen).
- Elders in Zuid-Holland.
